de echte feiten

de echte Wevelgemse feiten

 

 

Scène 1

 

Kroonprins van Oostenrijk

29 juni 1914

 

Op 28 juni 1914 wordt de Oostenrijkse kroonprins Frans-Ferdinand vermoord in Sarajevo. Dit sijpelt ook de Vlaamse huiskamers binnen en wakkert de onrustwekkende berichten over een nakende oorlog aan.

In de Leiestreek gaat het slecht in de vlasnijverheid.

De Wevelgemse uitvinder Constant Vansteenkiste (1869-1930) lag aan de basis van de industrialisering van de vlasbewerking en ontwikkelde o.m. de warmwaterroterij.

Pastoor Adolf Van Lerberghe (Pittem 1853 – Wevelgem 1923) nam veel initiatieven voor de bejaardenzorg en het onderwijs (o.m. oprichting school op de Posthoorn). Naar hem is een straat genoemd in de deelgemeente Wevelgem.

De Belgische wielrenner Philippe Thijs (1890-1971) was drie keer eindwinnaar van de Ronde van Frankrijk (1913, 1914 en 1920) en won in 1914 de wedstrijd Parijs-Menen.

 

 

Scène 2

 

Koning van België

nacht van 29 op 30 juli 1914

 

Om middernacht luidt de noodklok van de Sint-Hilariuskerk en lokt alle burgers de straat op. De militieklassen 1901 tot en met 1909 worden inderhaast opgeroepen. De Wevelgemse opgeroepen soldaten vertrekken met de eerste trein – ze moeten mee de Belgische grens met Duitsland verdedigen, wordt hen gezegd. ’s Morgens wappert de Belgische vlag aan het gemeentehuis. Alle paarden en voertuigen die dienstig kunnen zijn voor het Belgische leger worden opgeëist. Het Wevelgemse pompierkorps wordt omgebouwd tot burgerwacht.

 

 

Scène 3

 

Paus van Rome

vrijdagnamiddag 21 augustus 1914

 

De Duitse troepen overrompelen de Belgische steden, bij Tienen sneuvelen op 18 augustus de drie eerste Wevelgemse soldaten.

De oorlog wordt zichtbaar en voelbaar in de straten van Wevelgem. Burgemeester Vanackere trekt naar Frankrijk en geeft het bestuur van de gemeente in handen van de schepenen Camiel Coucke en Jules Bevernage. Op 18 augustus vliegt voor het eerst een militair vliegtuig voorbij, weldra komen er steeds meer. In de streek verschijnen steeds meer Uhlanen: Duitse verkenners te paard, gewapend met een lans en gevreesd voor hun onrespectvolle omgang met de burgers. Franse troepen bezetten die dagen Menen en de wijk Posthoorn. Er klinken steeds meer geweerschoten en er komen steeds meer patrouilles voorbij. Tegelijk zijn er de eerste vluchtelingen die het oorlogsgeweld ontvluchten en eten en onderdak zoeken. Er komen veel aanplakbrieven: over de wet op de prijs der eetwaren, over de verplichte inlevering van de vuurwapens, over de houding tegenover de invallende Duitsers. De vlasnijveraars worden opgelegd om de schelven en mijten op grote afstand van elkaar plaatsen.

Op vrijdagmiddag 21 augustus is er een gedeeltelijke zonsverduistering boven Vlaanderen. Dat verschijnsel en de dood van Paus Pius X was voor veel Vlamingen een teken voor het dreigende einde van de wereld.

 

 

Scène 4

 

Bazin van de Zon

1 november 1914

 

Op 20 oktober valt Wevelgem zonder slag of stoot in handen van de Duitsers. De Duitse opmars naar Calais komt evenwel tot stilstand voor Ieper en aan de IJzer. Wevelgem wordt een standplaats voor Duitse bevoorradingscolonnes. De Duitsers bezetten de gemeenteschool en de soldaten vinden onderdak in huizen en schuren.

Het gemeentebestuur moet voortdurend zorgen voor levensmiddelen voor de Duitsers, wat zorgt voor hogere prijzen en veel ongeregeldheden. Eind oktober overnachten de eerste Duitse frontsoldaten in het oude gemeentehuis (het latere Christen Werkersverbond), in het gemeentehuis (Lauwestraat) en in feestzaal Vandorpe (Brugstraat). De Duitsers interneren schepen Bevernage en secretaris Debrabandere als gijzelaars tegen mogelijk verzet van de Wevelgemnaren.

Op 1 november valt er in de tuin achter herberg De Zon (Roeselarestraat) een bom die de dood veroorzaakt van de zestienjarige Magdalena Demeyere. Ze is het eerste burgerlijk oorlogsslachtoffer van de (deel-)gemeente Wevelgem.

 

 

Scène 5

 

Keizer van Duitsland

8 november 1914

 

Begin november woedt de Eerste Slag bij Ieper en is er veel militair verkeer in Wevelgem. Beierse gevechtstroepen en afdelingen van de keizerlijke garde overnachten hier om daarna naar het slagveld te trekken. Het kasteel Vanackere wordt hoofdkwartier en in huizen, hoeven en schuren verblijven steeds meer Duitse soldaten.

Op 6 november is Wevelgem door een troepenwisseling even ‘vrij van Duitsers’. Achtergebleven Duitse kogels worden die dag door moedige burgers in de Leie geworpen.

Op 8 november zorgt de aankomst van de keizerlijke wacht voor spanning in de stationsbuurt. De dagen die volgen, brengen grote drukte en steeds meer soldaten zorgen voor verkwisting en wilde opeisingen. De Hoogweg lijkt een Duitse straat. Een Duitse soldaat, Hans Hirsch, doet dienst als stationsoverste. Hij heeft weinig werk en leest al de boeken van Hendrik Conscience uit de bibliotheek van de gemeenteschool.

Belgische soldaten die zich in Wevelgem bevinden, moeten zich kenbaar maken. Ze worden als krijgsgevangenen weggevoerd. Eén soldaat hield zich tot in mei 1917 verborgen in een woning.

Er wordt vaak een avondklok ingesteld en later wordt wie zich daar niet aan houdt vaak voor een nacht aan een ketting vastgemaakt.

 

 

Scène 6

 

Prinses van Wevelgem

24 december 1914

 

In december 1914 krijgt Wevelgem voor het eerst een vaste ‘Ortskommandatur’. Majoor van Jagemann neemt zijn intrek in het kasteel Vanackere. Hij is een vurig katholiek en gaat elke dag naar de mis in de Sint-Hilariuskerk. Maar hij is streng in de uitvoering van de bevelen: alleen wie een Scheine (bewijsstuk) krijgt, mag nog buiten het grondgebied van de gemeente. Duitse soldaten die zich misdragen tegenover burgers, worden streng bestraft.

Het jaar 1914 eindigt met de Weihnachtsfeste. De Duitsers eisen de kerk op om er hun godsdienstige plechtigheden te houden. Na de liturgische viering wordt er uitbundig gevierd in feestzaal Vandorpe. Hiertoe kregen de Duitsers feestpakketten uit de Heimat toegestuurd.

 

 

© Theaterlokaal Wevelgem

foute of defecte link gezien ?

opmerkingen over de inhoud ?

stuur een mailje naar webmaster@theaterlokaal.be